Wapens

Schermen

Schermen is een veelzijdige vechtsport waarbij lichaam en geest intensief worden gebruikt. Snelheid en reflexen zijn belangrijker dan uithoudingsvermogen of kracht. Men karakteriseert het schermen ook wel eens met “competitive ballet” vanwege de sierlijkheid van de strijdende bewegingen of als “physical chess” vanwege de mentale en fysieke interactie met de tegenstander. Het is de “kunst van het raken, zonder zelf geraakt te worden”. Een goede ooghandcoördinatie is noodzakelijk om de tegenstander op de juiste plek te raken. De schermkunst ontwikkelt het observeren en het analyseren, de wilskracht, de zelfverzekerdheid en het incasseringsvermogen. Schermen is een vechtsport waarbij geen lichamelijk contact is toegestaan. Naast een goede conditie wordt van een schermer tactisch inzicht, reactievermogen, behendigheid, en concentratievermogen vereist. Schermen is een spannende sport voor iedereen, meisjes en jongens, dames en heren en kan beoefend worden van heel jong tot op zeer hoge leeftijd. Schermen zorgt zowel lichamelijk als geestelijk voor in- en ontspanning en het is een kunst die van oudsher beoefend wordt.
Het schermen is ongevaarlijk door het gebruik van beschermende kleding zoals een vest, broek, masker en handschoen. Er wordt geschermd met
drie wapens: de floret, de degen en de sabel. Ieder wapen heeft zijn eigen stijl en regels.
 

De Wapens

De schermsport kent drie wapens: floret, sabel en degen. Een wapen bestaat uit een greep, een kom, de kling, en een punt. Elk wapen is duidelijk anders
van vorm, wordt anders gebruikt en heeft dus ook een andere techniek. Het floretschermen en het sabelschermen kennen specifieke regels. Het zijn
zogenaamde conventie wapens, dat wil zeggen dat er regels zijn met betrekking tot het "recht van aanval nemen en het recht van aanval overnemen". Dit heeft alles te maken met het bepalen, door de hoofdsecondant tijdens een wedstrijd, wie van de twee schermers het punt toegewezen krijgt wanneer beiden elkaar gelijktijdig treffen. Omdat de schermsport steeds sneller en technischer werd, waardoor de acties steeds moeilijker te volgen waren en het daardoor óók moeilijker werd om de acties goed te beoordelen, werd rond 1936 het elektrisch schermen geïntroduceerd. Hiermee worden ook treffers gesignaleerd die voor het blote oog moeilijk te zien zijn. Maar bij een gewoon partijtje (assaut) moeten de hoofdsecondant en de secondanten het zelf doen.
 

Floret

Als oefenwapen voor de degen vinden de Italianen in de loop van de 18e eeuw een lichte degen uit, die ze fioretta noemen. Over de afgeplatte punt van dat wapen gingen watten, waar weer een zeemleren lapje omheen ging dat met een koordje werd vastgebonden. Hierdoor kreeg de punt het aanzien van een bloemknopje. Onze naam floret is weer een verbastering van het franse woord fleurette (bloempje). Het geldig trefvlak bij het floretschermen is uitsluitend de romp zonder de armen en het hoofd. De kom van het wapen is klein en concentrisch. De floret is uitsluitend een steekwapen. Op wedstrijdniveau is de floret het snelste en moeilijkste wapen.
Het gewicht van de floret is ongeveer 500 gram. De veerkrachtige stalen kling van de floret heeft een rechthoekige doorsnede. Er zijn verschillende klinglengtes mogelijk. Een kinderfloret heeft een lengte van 77 cm vanaf de kom en een volwassene gebruikt een kling van 90 cm lang. De kom die de hand extra beschermt, kan tussen de 9.5 en de 12 cm doorsnede hebben. Doorgaans is de kom van aluminium. Je hebt de Franse (rechte) en revolvergreep.

Sabel

De sabel is een steek- en houwwapen. De naam sabel is afgeleid van het Russische "sabla". Het geldig trefvlak bij het sabelschermen is het gehele bovenlichaam boven de heuplijn, met uitzondering van de handen. De kom van het wapen is groter en beschermt de gewapende hand. Met de sabel mag men steken en houwen (slaan). Sabelschermen is explosief, snel en daarom zéér spectaculair om naar te kijken. Bij sabelschermen geldt de regel van het aanvalsrecht net als bij floretschermen. Degene die het eerste de houw begint kan scoren. Bij gelijktijdig starten en raken krijgt niemand een punt. Sinds de jaren tachtig is sabelschermen met elektrische aanwijsapparatuur mogelijk. Bij elektrisch sabelschermen is er geen ongeldig trefvlak. Treffers op de benen en handen zijn eenvoudig mis, de wedstrijd gaat gewoon door. Bij floret onderbreekt een treffer op ongeldig trefvlak de wedstrijd: alles wat daarna gebeurde telt niet mee. Door het grote trefvlak en het gemak van treffen bij sabel is verdedigen doormiddel van pareren met de sabel erg moeilijk. De meeste sabreurs geven de voorkeur aan het verdedigen door achterwaarts weg te stappen. De sabel is vooral een slagwapen hoewel men ook door middel van steken treffers kan maken. De slag met een sabel wordt een houw genoemd. Een sabel is ongeveer even zwaar als een floret: een halve kilo. Met greep is de lengte ongeveer 105 cm. De kling heeft een stijf en een buigzaam gedeelte. Het stijve deel en midden van de kling zijn nog steeds voorzien van een snede en een bloedgeul. De punt van de sabel bestaat uit het in een oog gebogen uiteinde van het buigzame uiteinde van de kling. De klinglengte is 88 cm. De kom is ongeveer 15 cm breed. Er is slechts één soort greep voor sabels.
Ceremoniële wapens die horen bij uniformen en ambtskostuums noemt men ook sabels.

Degen

De degen is, in de evolutie van het schermen, het logische vervolg op het zwaard en het rapier. Het geldig trefvlak bij het degenschermen is het gehele lichaam van het hoofd tot en met de voet. De kom van het wapen is niet concentrisch en beschermt de gewapende hand. De degen is uitsluitend een steekwapen. Het degenschermen kent geen conventies, wanneer beide schermers elkaar gelijktijdig raken krijgen beiden een punt. Het degenschermen benadert het meest het oude duelschermen. Het degenschermen wordt eigenlijk uitsluitend nog met elektrische uitrusting beoefend. Het wapen is aan de punt voorzien van een drukknop die op het lichaam van de tegenstander moet wordt ingedrukt. Het trefvlak bij degenschermen is het hele lichaam. Bij  degenschermen bestaat niet het recht van aanval zoals bij floret en sabel. De schermer die het eerste het trefvlak raakt krijgt een punt. Raken beide degens binnen één-twintigste van een seconde dan registreert het aanwijsapparaat dit als gelijktijdig. Er is dan sprake van een zogenaamde coup double.  Beide schermers krijgen in dat geval een treffer toegekend door de hoofdsecondant. Omdat er geen regel is van recht van aanval, is een schermer niet genoodzaakt de aanval van zijn tegenstander te pareren. De fundamentele verdedigende actie bij degenschermen is dan ook de tegenaanval. Floret en sabelschermen zijn qua spel meer aanvalsspelen waarbij de aanvaller gedekt wordt door het recht van aanval. Bij degenschermen moet de aanvaller voorzichtiger zijn en dat resulteert in een spelbeeld waarbij beide schermers langduriger voorbereiden en aftasten dan bij de andere twee disciplines. Wedstrijden duren vaak de volle speeltijd waarbinnen regelmatig de maximale score niet wordt gehaald. Voorrondegevechten tot 5 treffers duren maximaal 3 minuten. Eliminatiegevechten tot 15 touchés duren 3 maal 3 minuten met tussen door 2 maal 1 minuut pauze. Kenmerkend voor de degenkling is de V-vormige doorsnede van de kling waardoor deze breed en toch licht is. De lengte van de kling is maximaal 90 cm. De totale lengte van het wapen is ongeveer 110 cm. De degen weegt gemiddeld 750 gram. De kom heeft een doorsnede van 13,5 cm. Degens worden zowel met Franse grepen als met orthopedische grepen gehanteerd. Anders dan bij floret is er echter een relatief grote groep schermers die de voorkeur heeft voor een rechte of Franse greep. Deze wordt dan bij de sluitmoer vastgehouden waardoor de bij degenschermen vrij belangrijke reikwijdte toeneemt. In het Frans heet een degen een épée. Het woord degen komt van het Franse dague (dolk).
 

Spelregels

Doel van de schermsport is treffers maken, zonder zelf te worden getroffen. Het is dus een kwestie van aanval en verdediging. Voor het begin van een partij staan de schermers tegenover elkaar in de uitgangshouding, masker af en wapen naar de grond gericht. Nadat de scheidsrechter “Klaar?” of “Etes Vous Prêt” heeft gezegd brengen de opponenten met het wapen een groet aan de scheidsrechter en evt secondanten (nagels naar buiten) en elkaar (nagels naar binnen), nog voordat ze hun masker opzetten Een partij begint in de ‘stelling’. Beide schermers stellen zich op achter hun stellinglijn op de ‘loper’, een baan van 14 meter lang en 2 meter breed. De schermers mogen de volle lengte van de loper benutten. Op de laatste meter van de loper, krijgt de verdedigende partij een waarschuwing. De tegenstanders mogen niet van kant wisselen tijdens het schermen. Per wapen verschilt het trefvlak. Bij floret is dat de romp (geen armen, benen of hoofd), bij degen is dat het gehele lichaam en bij sabel is dat alles boven de heup. Daarbuiten is een treffer niet geldig. Na een treffer beginnen de schermers weer op hun stellinglijn. Als het spel is stilgelegd (de hoofdsecondant roept “Halte!”), maar er geen treffer is geconstateerd, hervatten de schermers hun partij op de plek waar ze waren.
Een belangrijk element bij schermen is de gevechtsgang. Als schermer kun je ‘de aanval nemen’, ofwel het inzetten van de aanval. Die aanval zal vaak eerst moeten worden geweerd, voordat de opponent een tegenaanval mag plaatsen. Regelmatig starten beide schermers met een aanval en maken ze allebei een treffer. Het is dan aan de hoofdsecondant om te bepalen of één van beiden het eerst de aanval nam, of dat de aanval simultaan verliep. Dan telt geen enkele treffer.
Het wapen van de aanvallende schermer kan doel missen of geweerd worden. Bij floret kan het ook zijn dat één van de schermers wel werd getroffen, maar dat dat niet gebeurde met een steek. Dan telt de treffer niet. Zodra een aanval geen treffer oplevert, kan de opponent een tegenaanval of ‘riposte’ plaatsen. Een schermpartij is vaak een opeenvolging van acties over en weer, totdat er een treffer valt. Een  partij gaat meestal om vijf treffers. Een belangrijke rol bij schermen is weggelegd voor de hoofdsecondant en secondanten (scheidsrechters) Er is altijd één scheidsrechter, bij mechanisch schermen bijgestaan door vier secondanten. Bij elektrisch schermen worden treffers door een lichtsignaal aangeduid en dan is er 1 scheidsrechter. De FIE werkt aan de introductie van draadloze treffer-registratie.(inmiddels gerealiseerd)

Bron: Schermvereniging RANA Amsterdam