| Een stukje militaire
schermgeschiedenis Organisatie LO/Sport bij
de Koninklijke Landmacht, de KOS en de KOOS
Hieronder volgt een interview met maître Roel van de Weerd,
afgenomen door
maître Ad Mol in het voorjaar van 2007 ten tijde van het Assaut van
de KMSV in
Den Helder.
Vertelt u eens wat van het begin van uw militaire
sport- en schermcarrière.
Gedurende de jaren ’53 tot ‘72 ben ik sportinstructeur en
schermleraar geweest in de regio Utrecht. Ik was als hoofd
LO/Sport van de Kromhoutkazerne aldaar verantwoordelijk voor het
reilen en zeilen van de LO/Sport op deze grote opleidingskazerne
van de technische dienst (OCTD). Vanaf 1959 maakte ik deel uit
van de militaire schermwereld. Het was het begin van een
glorietijd.
Voor het tot stand komen van deze opleving is naar mijn mening
het volgende van invloed geweest:
De LO/Sportorganisatie van de KL had vanaf januari 1946 te
Hooghalen (Drenthe) een centrum voor het opleiden van
sportinstructeurs, de School Militaire Lichamelijke Opvoeding (SMLO).
Dit centrum stond onder commando van de Lt. Kol. K. Rijkens,
grondlegger van de LO/Sportorganisatie van de KL. De daar in de
eerste jaren opgeleide sportinstructeurs werden in de rang van
sergeant tewerkgesteld bij de diverse onderdelen van de KL. Na
een periode van ca. 10 jaar kwamen deze sergeanten in aanmerking
voor een opleiding tot een naast hogere rang. Dit betekende wel
het einde van hun functie van instructeur LO/Sport.
In 1958 en 1959 werden een aantal van deze voormalige
sportinstructeurs in de gelegenheid gesteld een opleiding te
volgen tot militair scherminstructeur. Dit was een opleiding op
alle drie de wapens, waarmee men de kwalificatie B-leraar
behaalde. Deze cursus, waaraan ook cursisten van de KLU
deelnamen, vond plaats op de KMA te Breda. Deze opleiding was
geheel in diensttijd (donderdag en vrijdag). De opleiders waren
de maître’s Siebrand en van Dijk en duurde anderhalf jaar.
In 1960 werd deze opleiding in eigen tijd (zaterdag) in de
Kromhoutkazerne te Utrecht voortgezet onder leiding van maître
Siebrand. Aan het eind van deze opleiding werd examen gedaan
voor maître d’escrime met de kwalificatie C-leraar.
Inmiddels waren alle deelnemers teruggeplaatst op een functie in
de LO/Sportorganisatie. Op al deze plaatsen ontstonden
schermactiviteiten.
Kunt u eens wat namen noemen van deze geslaagden?
Gerard Kraak op de Veluwe. Onder zijn bekende rustige leiding
ontstond aldaar op deze afgelegen plaats, in samenwerking met
Jan Hartings, een bloeiend schermleven.
Andere namen, waarvan de meesten niet meer onder ons zijn en die
hun stempel drukten op deze tijd waren: Eef Vos (Amersfoort),
Kees Veldwijk (Ede), Dick van Winden (Arnhem), Jan Dolmans (Roermond),
Jan Verwijlen (grootvader van Bas Verwijlen, Den Bosch), Tonnie
Verstappen (Weert), Lanfermeyer en Ger Baelemans (Breda) en
tenslotte “lange” Kooy (Tilburg).
Een opsomming van belangrijke militaire
schermevenementen:
- De KOS Assauts en de KOOS Wapenfeesten
- De jaarlijkse Land- ,Zee- en Luchtmacht
schermkampioenschappen
- De Krijgsmachtkampioenschappen, onder auspiciën van de
Commissie Internationale Militaire Sportwedstrijden, de CIMS
- SaDe combi (KOS)
- Zilveren Wapens (KOOS).
Voorts dienen nog genoemd te worden het Andrei Spitzer
Akademie tournooi en de Nederlandse jeugdkampioenschappen. Beide
werden georganiseerd in militaire accommodaties en in de goede
samenwerking tussen militaire autoriteiten en de Koninklijke
Nederlandse Algemene Schermbond (KNAS) en de Nederlandse
Akademie van Schermleraren (NAS).
Hoe zijn volgens u de verhoogde schermactiviteiten
in het leger tot stand gekomen?
Hoe de opleiding in 1958, 1959 en 1960 tot stand is gekomen,
is mij altijd onduidelijk gebleven. Mijn indruk was en is bij
nader inzien, dat in de top de KOS leden van de legerleiding
hierop zeker hun invloed hebben gehad.
Tegenwoordig worden topsporters ondergebracht bij de
krijgsmacht, waar ze een nuttige invloed hebben op de omringende
jeugd. Gelijktijdig constateren wij, dat aan de diverse
militaire opleidingsinstituten KIM, KMA en KMS, weinig tot geen
aandacht meer wordt besteed aan de schermsport. Zelfs nu zijn er
nauwelijks meer schermleraren geplaatst op deze instituten.
Tengevolge hiervan dreigt een ooit bloeiend schermleven, dat al
meer dan honderd jaar deel uit maakte van de strijdkrachten, te
verdwijnen!
Hoe was volgens u de houding van de
LO/Sportorganisaties van de KL en de Klu?
Wat mij bevreemdde, is de geringe aandacht van de
LO/Sportleiding voor de militaire schermwereld. Dit, terwijl
toch veel van hun personeel actief was in deze wereld en zelfs
Olympische deelnemers heeft gehad. De LO/Sportorganisatie en de
militaire schermwereld (KOS & KOOS) leefden in feite naast
elkaar.
Totaal anders was de medewerking van kazernecommandanten, die
niet alleen in alle opzichten hun steun verleenden, maar ook hun
belangstelling toonden. Persoonlijk kon ik in Utrecht op hun
onvoorwaardelijke steun rekenen bij tientallen wedstrijden.
Bij o.a. de nationale jeugdkampioenschappen werden niet alleen
de sportaccommodaties, maar ook de kantines in het weekend
beschikbaar gesteld aan de KNAS en de NAS. Een van de
hoogtepunten, was het 65 jarig jubileum, Wapenfeest van de KOOS
in in 1966.
Had u nog andere bemoeienissen met het militaire
schermen?
Ik mocht van 1967 tot 1971 met de collegae Jaap Siebrand en
Ad Mol deel uitmaken, als een van de drie instructeurs die de
training verzorgden, van de nationale militaire schermploeg Zij
kwamen in aanmerking voor deelname aan de internationale
militaire schermwedstrijden in CISM verband. De organisatie
stond o.l.v. de majoor Handgraaf. Dit was hem wel toevertrouwd.
Altijd sterk aanwezig, onafgebroken plannen makend voor een nog
beter resultaat. Gezellig en ongeduldig. Zelf een uitstekend
degenschermer. Sterk punt van hem was, dat hij zich nimmer
bemoeide met de inhoud van de training. Deze training werd
iedere vrijdag in de Knoopkazerne te Utrecht gehouden. De groep
bestond uit KOS- en KOOS leden, aangevuld met dienstplichtige
topschermers. Het was heerlijk te werken met een ploeg, die zich
volledig gaf. Veel heb ik van hun schermkwaliteiten geleerd.
Hopelijk hebben ze ook iets van mij opgepikt.
In dit verband zou ik graag de bronzen medaille van Rini
Engelbracht op floret in 1967 in Palermo (Italië) en brons voor
de sabelploeg (Wilmink, v.d. Molen, van Dooren) in Grosseto
(Italië) in 1969 willen memoreren.
In het voorjaar van 2006 heb ik, op uitnodiging van Me. Ad Mol,
de algemene ledenvergadering van de KMSV op de KMA kunnen
bijwonen. Het is te hopen, dat de KMSV nog eens een opleving zal
beleven als in de jaren 1950 tot en met 1970.
A.H. Mol/2007
|